Tante Wittie dus. Au.

Bij mijn voordeur sta ik, zoals ik daar sta elke avond.
Zoals altijd zoek ik naar de juiste sleutel.
Zoals vaker loop open ik de postbus naast de deur.
Meestal check ik ’s avonds als ik terug thuis kom de post niet.
Dat doe ik liever ’s ochtends.
Waarom dat ook ’s avonds laat nog doen?
Nieuws kan me als het slecht is zo van slag brengen.
Nu doe ik het echter wel.
Een rouwkaart, doodsbrief. Die verwacht ik,vanwege MH 17.
Een enveloppe echter met Belgische rouwzegels.
Koude rilling over mijn rug.

Een rouwkaart: Mevrouw Wittie Beks.
Lerares op rust van de Stedelijke Muziek Academie Beringen.
Niet mijn moeder… oef,
wel de nicht van mijn moeder… au.
De enige andere mens in onze familie die ook voor een leven in de kunsten koos, die getrouwd was met de taal.
En daardoor mijn grote voorbeeld als kind en als tiener.
Ik kreeg een 9,5 voor Nederlands – in het rood met een uitroepteken erbij – op de middelbare school toen ik een interview schreef over mijn tante de actrice, over tante Wittie dus, die in werkelijkheid mijn achternicht was.
Dat ik het hele interview uit mijn duim had gezogen deed er niet toe.
Ik pochte over mijn tante – achternicht klonk zo ingewikkeld – die actrice was bij het toneel.
Niemand op school ging naar het toneel, dus niemand checkte de feiten.
Jaren lang gaf ze lessen voordracht, en af en toe zagen we haar op tv als ze een rol speelde in een tv-serie.
Wat waren we dan trots.
Jaren later heb ik het Wittie opgebiecht, van dat interview. Toen was het haar beurt trots te zijn. En gevleid.
Samen met een andere nicht van mijn moeder vertegenwoordigde ze als enige mijn familie op mijn afstuderen van de kleinkunstopleiding in het verre Amsterdam.
Ze stond er op.
Ze vond dat er minstens iemand van de familie bij moest zijn.
Een daad van familieliefde, die ik nimmer zal vergeten.
2014.
Zoveel doden totnogtoe.
Meer dan ik eigenlijk dragen kan.
In 2013 zag ik haar voor het eerst na vele jaren terug bij een bezoek aan haar prachtige huis in Belgisch Limburg vorig jaar. Zij en haar broer ontvingen me met lekkers en heuse champagne. Toen al was ze ziek, maar zoals altijd bij ziekte hoop je op genade en tijd.
Bij het zien van de nogal typische schaapachtige Beks-gezichten van haar en Ronnie, haar broer – waarin ik de trekken van mijn oma, mijn tante, mijn moeder en ook zeker die van mezelf herkende – schoot ik vol.
Ik postte de foto van ons drietjes op Facebook.
Drie Beksige schaapjes.
Twee witte, een zwarte.
Een dag om nooit te vergeten.

Dag lieve Wittie. Dank je, dat je mijn voorbeeld was, toen ik klein was.
Je was zo precies en zorgzaam in het leven.
Kan ik van leren.
Ik her-inner jou met mijn talig hart.
Vele van jouw leerlingen met mij.

Het gedicht Elk bombardement is een vergissing als voorgedragen door mijn (achter)tante Wittie Beks

2 Reacties