Even wat delen (1)

Ik ben van Facebook af.
Dat bevalt me dit keer prima.
Al een uur lang. Grapje dus: al vier dagen.
En ik heb dit keer niet zoals de vorige keer last van allerlei afkickgedoe.
Ok, af en toe voel ik die gekke impuls dat ik iets wil delen of sharen.
Of zo’n soort van belletje in mijn hoofd, dat afgaat als iemand iets zegt wat leuk had kunnen zijn voor een statusupdate.
Statusupdate. Wat een woord eigenlijk.
Soit.
Als het belletje rinkelt, en ik denk iets origineels te horen, zien, whatever.
Dat schrijf ik dan gewoon op.
In een ouderwets boekje.
In een zeer persoonlijke, en daarmee bedoel ik dan : een aan één persoon gerichte mail.
Of soms in een groepsmail.
Dat kan nog net.
Soms hou ik zeer van groepsactiviteit.
Haken, borduren, seks, macramé. Dat soort dingen beleef je intenser in een groep.
Communicatie echter beperk ik liever tot één-op-één-verkeer.
Maar sommige observaties deel ik nog steeds met liefde op de blog:

‘Mam, mag ik jouw oortjes lenen?’

Oortjes. Wat een raar woord eigenlijk.
Het zijn namelijk geen oren maar kleine luidsprekertjes die we IN onze oren stoppen.
Waarom noemen we dat oortjes? Waarom?
We noemen onze vorken, onze messen en onze lepels ook geen handjes.
We noemen neusknijpers, neussprays en allerhande ‘neus-gear’ die ik nu niet bij naam weet te noemen ook geen neusjes.
Brillen geen oogjes.
Spenen geen mondjes.
Schoenen geen voetjes.
Waarom noemen we oortjes dan oortjes in plaats van wat ze zijn?
Mini-luidsprekertjes zijn het. Klaar.
Wat doen we met onze taal verdomd?

Geef een reactie