VRIJ!

‘Wat een mooi pakkie heb’ u an!’tatert mijn Hollandse onderbuurvrouw in onvervalst Amsterdams.
Ik loop een paar meter voor haar uit in mijn Afrikaanse broekpak.
Modern van snit, met Senegalese details, gemaakt van wax Hollandaise. Voor de niet-ingewijde: dat is Afrikaanse waxstof, in Helmond (NL) geproduceerd door Vlisco.
Heel mijn Afrikaanse familie en bijna heel Afrika kleedt zich in die stof.
‘Ja ik kom net terug van Keti Koti.’, zeg ik trots,’Ik vierde vandaag de afschaffing van de slavernij.’
‘Daar hadden ze veel eerder mee moeten beginnen.’zegt mijn buurvrouw.
Ze herhaalt de zin enkele keren om te onderstrepen dat ze dat vindt, en wellicht nog belangrijker: voelt.
‘Ons bloed heeft tenslotte dezelfde kleur.’
Ze kijkt me met haar grote ogen aan en vult – voor het geval ik het niet begrepen zou hebben – nog aan dat ons aller bloed rood is.
Dezelfde kleur.
Eerder op de dag, tijdens het Dialoog Ontbijt vanochtend, dat werd georganiseerd door de Muiderkerk en stichting Ketikotitafelzei ik bijna hetzelfde.
Ik had mijn bijna 18-jarige zoon verplicht met me mee te gaan om te herdenken.

‘We gaan rouwen om onze voorouders die slaven waren én we gaan ook vieren vanwege onze voorouders die de kettingen losmaakten’ benadruk ik op de weg ernaartoe het belang van deze dag. Hij fietst zuchtend achter me aan, mijn trots. Nog brak van zijn eindexamendiploma-uitreiking gister, dus niet bijster enthousiast noch aangedaan door moeders Black Awareness en/of pleidooi.

Groot is mijn consternatie als bij aankomst blijkt dat alle stoelen bezet zijn, en de nog vrije stoelen worden haastig geclaimd door grote handtassen van in wax Hollandaise geklede Surinaamse dames die me vertellen ‘dat we daar niet zitten mogen want wij moeten straks optreden tijdens het ontbijt’. Als ik doorloop naar een tafel met oudere witte dames waar nog drie stoelen onbezet lijken te zijn: er zit namelijk niemand op, wordt me ook daar verteld dat ik er niet mag zitten want ‘Er zijn nog drie oudjes onderweg, ze komen er zo aan.’ Heel even overvalt me dat oude paniekerige gevoel van Niet Welkom Zijn.
Dat oude gevoel an: Er is geen plek voor mij.
Dat oude gevoel van: Ik hoor er weer niet bij.
Het lijkt al een leven lang bij me te horen.
Mijn zoon kijkt me aan. Ik zie dat zijn ogen me bewust kalmeren. Ze zeggen me ik hoor bij jou. Jij hoort bij mij.
En zo is het.
Het rode vocht dat door zijn aderen stroomt heeft Surinaamse, Vlaamse, Native American, Nederlandse, Afro-American, Waalse en West-Afrikaanse componenten in zich.
‘Daar bij Gerda is nog plek.’, zegt de organisator, pakt me bij mijn arm en brengt ons veilig onder bij La Havertong.
Er werden enkele Afro-Americans verwacht zegt Gerda, maar die zijn (Black Time Tijd?) te laat, dus nu flankeren zoon en ik de rechter- en linkerschouder van de enige, echte koningin van het bal.
Samen met een tafel vol tafelgenoten van allerlei komaf.
Eind goed, al goed dus.
Al woelt het onbestemde gevoel van niet welkom zijn en geen plek verdienen nog even door. Zoon is meteen in een geanimeerd gesprek met Gerda.
Pas na een twintig minuten “flirten” heeft zoonlief door dat hij met zijn oude jeugdidool praat. ‘Zeg me niet dat ik oud geworden ben hoor.’zegt ze streng.
Gerda, haar man, mijn zoon, ik en de andere tafelgenoten spreken na het Ketikotitafel-ritueel over hoe volgens ons bewustzijn rondom deze dag kan groeien.
Educatie en onderwijs is daar natuurlijkst het meest belangrijk in (vindt iedereen).
Gerda vertelde dat Giel Beelen vanochtend op de radio zei: ‘Ik kan er niks aan doen, aan die slavernij.’
En dat is waar. Hij kan er niks aan doen. Maar Gerda ook niet. En ik ook niet.
Witte mensen in het nu ervan beschuldigen heeft sowieso niet veel nut, want wie wil zich verbinden met een schuld?
Beschuldigen ontkracht want het gaat namelijk niet om wie er goed was en wie slecht.
Het gaat niet om wie de schuld heeft, had of heeft gehad.
Het gaat om erkenning. En om delen.
Het is gedeeld.
De slavernij is van ons allemaal.
De vrijheid idem dito.
De hele tafel lijkt het belang van rituelen en voorouderverering in te zien.
‘Vooroudervergeving’ voeg ik daar aan toe. Ik schreef hier op de blog al wel vaker over voorouderlijke loyaliteit en de kracht van de paden die de voorouders voor ons hebben neergelegd. Ik geloof dat, om te doorvoelen dat de pijn niet alleen zwart is, het van belang is expliciet te benoemen dat we ‘m delen.
En hen – en dus ook onszelf – te vergeven.
En aangezien zowel mijn witte én mijn Afrikaanse voorouders misschien wel die van Gerda verkochten is het niet eens een zaak van wit tegen zwart…

Ik geloof heilig in het holistische principe van verbinding tussen ziel, lichaam en geest.
In onze samenleving zijn de eerste twee ondergeschikt aan de derde. Het grootste deel van wat we uitwisselen doen we via de geest: we praten, we lezen, we analyseren. Er is bijna nooit tijd voor lichamelijkheid, bezinning en rust.
Maar als ik aan de keti kotitafel met mijn zintuigen de bittere smaak van de bitta proef, en Gerda’s vingers mijn vel inwrijft met kokosolie, en ik de hare, voel ik ons contact maken op een ander niveau.
Lichamelijk ja. En ergens boven ons klikte er iets op wat ik dan noem “zielsniveau”.
Later, op weg naar het monument vertel ik mijn zoon met trots én pijn in het hart dat mijn, onze voorouders zowel daders als slachtoffers zijn geweest. Hij knikt.
Lijkt een stuk minder brak en wakkerder dan eerst…
(wordt morgen vervolgd)

Geef een reactie
Pagina's:1234567...123»