In het échte leven [1]

Een nieuwe film afmaken.
In een eerdere blog vergeleek ik het al met een geboorteproces. Daar op voortbordurend kan ik wel stellen dat ik nu de laatste vijf weken in ga. Beyond My Walls is klaar, maar de geboorte op tv duurt nog een week of vijf.
En ook al heb ik in de film verteld wat ik wilde vertellen: het voelt nog niet helemaal klaar.
Er is meer aan de hand met het virtueel gedrag van anderen dan alleen met dat van mezelf…

Baby

‘Wij en ons virtuele gedrag’, het blijft me intrigeren.

Vriend Roy uit Londen was te gast en kwam vrijdag uit de aankomsthal aangelopen met zijn smartphone in de hand. Of hij mocht appen vanaf mijn phone.’, vroeg Roy bijna paniekerig,’Want hij had geen wifi.’`
Mijn ‘navelstrengverbinding met Jan (en alleman)’, de bijnaam die ik mijn eigen telefoon thesedays heb gegeven, lag voor me op het dashboard van mijn vw-bus. ‘Ja hoor, doe maar: ik heb Wifi. Overal.’
Bij mij thuis aangekomen was de eerste vraag de wifi-code.
Later zaten we met zijn vieren aan tafel. Twee van de vier met hun smartphone in de hand.
Wifi. Wifi. Wifi.
Wifi moet een van de meest gebruikte woorden van het moment zijn.
Het woord bestaat in alle talen. (Al vraag ik me meteen af of de Fransen er weer lekker eigenwijs een eigen vertaling van hebben gemaakt). Vriend Martin vertelt me dat hij me ontvriend heeft toen ik nog op Facebook zat.
Hij trok het niet dat ik ‘persoonlijk’ was en privé-dingen postte. Ik lach.
Hij voegt er aan toe dat hij iedereen die privé info post rücksichtslos er af gooit.
‘Mensen die foto’s delen van hun pasgeboren kind, verhalen ophangen over hun liefdesleven of iets te veel lullen over wat ze eten, elke dag. Weg ermee!’, zegt Martin. Hij trekt zijn pet scheef over zijn oor.
Ik raad ‘m LinkedIn aan. Dat gaat louter over werk. Of ben ik wederom naïef?
Martin is een drummer. Vanavond spelen we in het echte leven samen muziek met Adriaan en Chris.
Ik hoop dat ze wifi hebben, want de lyrics lees ik toch het liefst vanaf mijn telefoon…

Geef een reactie
Pagina's:1234567...97»